“Ik begin maandag.”
“Na de vakantie ga ik het echt anders doen.”
“Eerst moet het wat rustiger worden.”
Herkenbaar? Veel goede voornemens stranden niet omdat ze slecht zijn, maar omdat we wachten op het juiste moment. En dat moment, komt bijna nooit.
De waarheid is simpel en confronterend: er is nooit een perfect moment om te beginnen. Het leven blijft bewegen, onverwachte dingen blijven gebeuren en omstandigheden zijn zelden ideaal. Juist daarom is het krachtig om niet te wachten, maar te beginnen en welnu.
Waarom we wachten met beginnen
We stellen goede voornemens vaak uit omdat we denken dat we eerst meer motivatie, tijd of energie nodig hebben. Er is geen startknop voor motivatie in ons brein, vaak is dit een gevolg van actie. Door te wachten tot je er “zin in hebt”, geef je je brein telkens een reden om het oude patroon vast te houden. Verandering voelt onzeker, en wij mensen houden van onze comfort zone.
Hoe lang duurt het om een nieuwe gewoonte aan te leren?
Wellicht heb je het vaker gehoord: 21 dagen en het wordt een gewoonte. Helaas is dat niet helemaal waar. Onderzoek toont aan dat het gemiddeld zo’n 66 dagen duurt voordat nieuw gedrag als een gewoonte voelt.
Bij sommige mensen gaat het sneller, bij anderen kan het zelfs meer dan 100 dagen duren.
Belangrijk om te weten:
-
Een gewoonte ontstaat geleidelijk
-
Het voelt lange tijd onwennig en soms ongemakkelijk
-
Terugvallen horen erbij en betekenen niet dat je faalt
Het doel is dus niet perfect volhouden, maar blijven terugkeren.
Begin klein
Een van de grootste valkuilen bij goede voornemens is te groot beginnen. “Ik wil meer bewegen”, “1,5 liter water per dag drinken”, “Iedere dag mediteren” het klinkt mooi, maar het is moeilijk vol te houden.
Maak het kleiner en concreet:
-
5 minuten wandelen in plaats van een meer bewegen
-
1 glas water extra per dag in plaats van 1,5 liter per dag
-
2 minuten ademhalen in stilte in plaats van iedere dag mediteren
Kleine acties verlagen de drempel en bouwen vertrouwen op.
Praktische tips om vol te houden
1. Koppel je nieuwe gewoonte aan iets bestaands
Ons brein houdt van routine. Plak je nieuwe gedrag vast aan iets wat je al doet:
-
Na de lunch → 5 minuten wandelen
-
Na je koffie → 1 glas water drinken
- Na het tandenpoetsen → 2 minuten ademhalen in stilte
2. Focus op identiteit, niet alleen op resultaat
Zeg niet: “Ik wil vaker wandelen”, maar:
“Ik ben iemand die goed voor mijn lichaam zorgt.”
Gedrag dat past bij wie je wilt zijn/bent, houd je makkelijker vol.
3. Verwacht weerstand (en schrik er niet van)
Er komen dagen dat je geen zin hebt. Dat betekent niet dat je moet stoppen. Het betekent dat je mens bent. Vraag jezelf op zulke momenten niet: “Heb ik er zin in?” maar “Wat is vandaag het kleinste stapje dat mogelijk is?”
4. Maak het zichtbaar
Houd bij wat je doet. Een simpel kruisje op de kalender, een notitie in je telefoon of een korte reflectie aan het einde van de dag. Zichtbaarheid maakt de vooruitgang tastbaar. Een handige app die ik hiervoor gebruik is Atoms.
5. Wees niet te streng voor jezelf
Een dag overslaan maakt je gewoonte niet kapot. Opgeven wel. Zie een terugval als een pauze, niet als een mislukking. Je hoeft alleen de draad weer op te pakken.
Niet wachten op rust, maar rust creëren
Veel mensen willen eerst meer rust voordat ze veranderen. Maar vaak werkt het andersom: door kleine, bewuste veranderingen ontstaat juist rust. Niet omdat alles ineens anders is, maar omdat je laat zien dat je voor jezelf kunt zorgen, midden in het leven zoals het nu is.
Goede voornemens hoeven niet groots of meeslepend te zijn. Ze mogen zacht zijn. Eenvoudig. En vooral: nu!
Dus niet maandag. Niet volgend jaar.
Misschien vandaag.
Misschien met één kleine stap.
En dat is meer dan genoeg.
Een nieuw jaar is wel een goed moment om te reflecteren en stil te staan bij wat je anders zou willen. Stel doelen en maak deze concreet.