Soms zijn er dagen die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Niet omdat ze leeg zijn, maar omdat ze vol raken. Vol afspraken, verwachtingen, beweging. Ik sta op, doe wat nodig is, beweeg door de uren heen en kom ’s avonds weer thuis, met het gevoel dat de dag voorbij is gegaan zonder dat ik er echt bij was.
Dat moment noem ik sleur.
Niet omdat alles hetzelfde is, maar omdat ik mezelf minder tegenkom. Omdat ik ongemerkt weer meega in de drukte. De dagen vullen zich vanzelf, en ergens onderweg raak ik iets kwijt: aandacht, stilte, ruimte.
Sleur als signaal
Sleur klinkt als iets negatiefs. Alsof het een teken is dat er iets misgaat. Dat ik moet veranderen, doorbreken of ontsnappen. Maar steeds vaker denk ik dat dit niet klopt. Wat als sleur geen vijand is, maar een signaal?
Een zacht seintje dat zegt: sta even stil.
Wanneer ik in deze sleur zit, merk ik dat mijn fijne gewoontes verdwijnen. Niet ineens, niet bewust. Ze glippen weg. Wandelen wordt uitgesteld. Lezen komt later. Rustmomenten lijken niet meer te passen in het tempo van de dag. En langzaam voel ik het effect. Ik zit minder lekker in mijn vel. Alsof ik word geleefd, in plaats van dat ik leef.
De keuze om niet mee te gaan
Juist wanneer ik merk dat ik word meegetrokken in deze sleur, ligt daar een keuze. Niet om ertegen te vechten of het tempo nóg verder op te voeren, maar om het te herkennen als een signaal. Dit is het moment om niet automatisch door te gaan, maar om bewust ruimte te maken.
Sleur wijst me er dan op dat ik te weinig stilsta. Dat mijn aandacht versnipperd raakt en mijn rustmomenten verdwijnen. En precies daarom vraagt deze fase niet om actie, maar om pauze. Om even uit de beweging te stappen en weer contact te maken met mezelf.
Terug naar kleine momenten van rust
Die rust hoeft niet groots of ingewikkeld te zijn. Het zit in de kleine momenten die ik mezelf mag toestaan: een wandeling zonder doel, een paar regels lezen of een ademhaling die ik volg zonder iets te willen bereiken. Momenten die mij helpen om terug te keren, juist wanneer alles in mij geneigd is om door te gaan.
Wanneer sleur zichtbaar wordt
Laatst merkte ik het op mijn werk. Ik was bezig met een eenvoudige taak: woorden uit een Excel-lijst kopiëren, plakken en koppelen in een ander systeem. Werk dat geen grote concentratie vraagt, zou je denken. En toch ging het mis.
Mijn hoofd was er niet echt bij. Ik maakte fouten, kon dingen niet vinden die er wel waren en stelde vragen waarvan ik later dacht: dit wist ik eigenlijk al. Alsof er een waas over mijn denken lag. Nadenken ging niet meer vanzelf, terwijl de taak juist zo automatisch zou moeten zijn.
Het was geen gebrek aan kunnen, maar aan aanwezigheid. Een teken dat ik te lang was doorgegaan zonder stil te staan. Dat ik wel bezig was, maar niet meer echt verbonden met wat ik deed.
Geen eindpunt, maar een uitnodiging
Ik noem het sleur, terwijl het eigenlijk een uitnodiging is. Een signaal dat het tijd is om mijn momenten van rust weer serieus te nemen. Niet later, niet als het rustiger wordt, maar juist nu.
Sleur is dan geen eindpunt, maar een herinnering. Om niet verder te rennen, maar even stil te staan. Om mijn goede gewoontes weer op te pakken, niet als verplichting, maar als zorg.
En niet om stil te blijven, maar om weer bewust verder te gaan.