In mijn vorige blog schreef ik over sleur.
Toen het online stond, voelde het niet helemaal goed. Alsof het woord niet klopte en ik net niet had gezegd wat ik eigenlijk wilde zeggen.
Dat gebeurt me wel vaker. Dat ik pas later merk wat er eigenlijk onder zit.
De lente staat voor de deur en buiten is de natuur langzaam aan het bloeien en groeien. De zon laat zich vaker zien en het is langer licht. Ik merk dat ik weer zin krijg om naar buiten te gaan, mensen te ontmoeten en plannen te maken.
Alsof er weer beweging komt. En toch merk ik dat dit nieuwe seizoen ook iets anders met zich meebrengt.
Wanneer alles weer begint te stromen, wanneer er energie is en veel dingen leuk lijken, ontstaat er bij mij ook spanning. Ik merk dat ik steeds bezig ben met de vragen of ik niet te veel doe, of ik wel genoeg rust neem en of ik niet opnieuw over mijn grens ga.
Soms voelt het bijna geforceerd. Alsof ik constant moet opletten. Het voelt alsof ik mezelf steeds moet herinneren om een stapje terug te doen — en juist dat maakt het voor mij ingewikkeld.
Ik kijk uit naar leuke dingen: een wandeling, een afspraak, een middag buiten. Maar tegelijkertijd kan ik er ook enorm tegenop zien. Niet omdat ik er geen zin in heb, maar omdat ik bang ben dat ik daarna niet voldoende rust kan nemen.
Die gedachten blijven soms hangen. Ik merk dat ik erover pieker en vooraf al bezig ben met hoe ik het in balans moet houden.
Mijn lichaam laat soms ook merken dat het zoeken is. Hoofdpijn die vaker opkomt of momenten waarop mijn hoofd vol voelt en concentreren moeilijker gaat. Kleine signalen die mij eraan herinneren dat energie en rust elkaar nodig hebben.
Ook mijn yogareeks, iets wat mij juist helpt om te vertragen, lukt niet iedere week zoals ik mij voorneem. Niet omdat ik het niet belangrijk vind, maar omdat ik het af en toe toch oversla.
Misschien zit daar wel precies de les.
Dat luisteren naar mezelf niet betekent dat ik alles perfect moet doen. Niet dat ik iedere week precies mijn goede gewoontes volg. Maar dat ik blijf opmerken wanneer het uit balans raakt.
Ik begin inmiddels te ontdekken wat mij fysiek en mentaal tot rust kan brengen. Ik mag meer vertrouwen op mezelf en op het feit dat ik ook weer sneller herstel.
De lente nodigt uit tot beweging. Over een paar dagen, op 20 maart, begint de lente. De dagen worden langer, het licht wordt sterker en overal komt het leven weer op gang.
Misschien hoef ik dat niet te beheersen. Ik mag gewoon meebewegen met de energie die er is, terwijl ik af en toe stilsta om te voelen waar mijn grens ligt.
Niet geforceerd en perfect, maar met aandacht.
Dat is mijn uitnodiging deze lente: niet om alles te doen wat mogelijk is, maar om aanwezig te blijven terwijl het leven weer begint te stromen.